zaterdag 26 november 2011

Oma's theekan uitkuisen
Jij deed dat zo zorgzaam
langzaam in gedachten verzonken
alsof je bij het oppoetsen van de buitenkant
waarop rode, blauwe en gele bloempjes prijkten
terug ging naar je kindertijd en de geur van toen snoof;
de frisse lavendelgeur uit de ondergoedschuif waarop een mooie poederdoos stond,
de gerijpte appels en noten in de rieten keukenmand
de boenwas en het kersenhout van de vleugel in het salon,
de bestofte Maria- beeldjes, het vers gemaaide gras en
even hoorde je zelfs de pendule zoals ze ‘thuis tikte',
het moortje met kokend water pruttelend op het fornuis
en de keukenmeid met haar eigenaardig zeeuws accent  roept met pretoogjes door de deur van de bijkeuken  ‘mevrouw vandaag zijn de Hollandse Nieuwe aangekomen en ze zijn óverheerlijk. Werkelijk ze smelten als boter in je mond’.
Een broos lachje- iets tussen weemoed en geluk,
vormt zich tussen je lippen.
Met de warme theepot in je handen geklemd,
staar je uit het aangedampte venster.
Een sliert ochtenddauw hangt nog boven de groentetuin.
Je bedenkt dat snijbonen zomergroenten zijn en
nu
is het winter.

dinsdag 21 december 2010

Opgedragen aan een tekenaar

Spiegelschrift

Hier danst breekbaar helder
uit jouw potige hand het frêle
lijnenspel van verkoold leven
tussen de stille strepen
van je gedachten.

Hier balanceren zij, gekromd
door de tijd, op één been hinkend,
over het wit van de spiegel,
jouw bezielde levenswals.

Hier leren zij uit gebarsten dieptes opstaan
en rebelleren, zoals het kleinste kind dat doet.
Hier worden messen gesmeed, wordt er gezwicht
en druppelsgewijs heengegaan.
Hier is altijd een beetje sterven als een feniks
in de schaduw van nieuw levenslicht.

Zo ontstaat straks, voor je het weet,
uit de gestrooide sporen van deze dans,
de schriftuur van jouw kwetsbaar vitalisme.

dinsdag 19 oktober 2010

je kent me niet


Je kent me niet.

Nu ben ik nog een onbesuisde passant

in de naamloze straten van je gedachten,

een jachtgodin in schapenvacht

die de bodem voetje voor voetje aftast

haar prooi zoekend in de mist .

Je kent me niet.

Ik raakte verzeild in het web van je blinde hersenspinsels

die ik eerst nog moet zien te ontwarren,

als een nieuwe taal moet leren lezen en beheersen tot ik ze van binnen

en van buiten ken.

Toe, laat me treden uit de beslotenheid van je schaduw.

Laat me je ontkleden, laagje voor laagje, uit die cocon

waarin ik je tenslotte lang genoeg voor me verborgen hield.

Ach, ik weet het,

straks

wanneer ik onverholen mijn blik laat rusten op de deining van je golvende manen

en jij je, gecharmeerd door mijn tactisch offensief, toch naast me komt nestelen,

denkt je vast: 'verdorie. dat plan was zo uitgekiend.'

- en o ja. dat wàs het ook -

alleen,

toen

kende je me nog

niet.


donderdag 8 oktober 2009

Kölner Dom

Ooit schitterde deze Dame in de zon,
stonden de torens,
die boven het dwarsschip van haar ranke lenden uitstegen
in één rechtstreekse verbinding
met de hemelpoorten,
straalden de bleke geledingen van haar façade,
pronkerige rijkdom uit,
verzinnebeeldingen van
hoe het hier op aard
wel en niet moest.
Zij was een huis,
een toevluchtsoord,
voor een eenzame pelgrim
die eerst nog verdwaald
de Weg had gevonden.
Vandaag bezocht ik een afgeleefde vrouw,
een als door wereldlijke reizigers platgelopen aandeelbeurs,
een eenzaam, droevig
relikwie

zaterdag 15 augustus 2009

leedvermaak

Het is zomersstil in Wijnegem en ik zweet me rot achter mijn bureautje. Tweede zit. Inmiddels een traditie. Buiten dartelen en joelen de buurkindertjes vrolijk in hun zwembad. Ik vervloek ze, zucht diep en verzink weer in gedachten over de 'ondragelijke zwaarte van het bestaan' en hoe daaraan te ontsnappen. Gisteren had ik anders wel een behoorlijk vrolijk lichtpuntje. In een bui van weldadige naastenliefde - maar ook omdat ik me stilaan schuldig begon te voelen over het feit dat ik al een week lang parasiteerde op haar kookkunsten - bood ik mijn alleenstaande, menopauserende buurvrouw op een mooie middag een kleine dienstverlening aan: ik zou haar krotfiets- volgens mij deed enkel haar bel het nog- ter 'nazicht' naar de fietsenmaker brengen. Voor u beste lezer, schets ik hieronder even wat voor mij, geheel onverwacht, het 'evenement van de dag' werd.

Een koppel 'oude-vandagen', ik schat rond de 75 lentes. Zij: compact verpakt in een roos, sportief outfitje. De witte streep op haar borst kleurt assorti met haar gympen en poedelkapsel. Hij: het soort ventje dat met een klakske, een paar gouden kettingen en een veel te kort shortje, waaruit twee afzichtelijke dunne beentjes omgeven door een kwak flubbervel ontsproten, nog steeds gelooft dat zijn 'looks' de hormonale werking van het andere geslacht spontaan doet stimuleren. Om maar te zwijgen over zijn sexy torso, die zich onsubtiel verraden liet door een oerwoud dat genereus vanonder zijn hemdje uitgroeide... nu ja, you can face het soort.

De twee bejaarde poseurs hebben blijkbaar elk een elektrische fiets besteld. Na een tamelijke hevige 'onderdeel-controle' door manlief, waarbij elke vijsje nog'ns, vanuit de losse pols- zoals het een echte macho betaamt- wordt bijgedraaid, komt de afrekening.

Patat!1500 euro. Cash, zonder enige schroom op de toog. De fietsenmaker neemt het slijk der aarde maar al te gretig aan en stelt dan op een veelste vriendelijke toon voor of ze misschien beide een proefritje in de winkel willen maken. Hij wou nog even nakijken of de zadels wel op de juiste hoogte afgesteld stonden.

Met de dapperste hells-angel intenties kroop het mannetje op zijn bicyclette-a-moteur. Alleen verliep dat niet even vlot.

Het was eigenlijk zelfs een beetje pijnlijk om dat allemaal onder ogen te moeten zien. In een eerste krampachtige beweging hees hij zich omhoog met behulp van zijn flubber-beentjes, vervolgens miste zijn zitvlak het zadel, waarna hij naar voor schoof en... afin, ik geloof dat índien hij nog potent mócht geweest zijn, hij het na gisteren zeker niet meer was.

Toen ze na hun houterige acrobatieën, die vast ook gepaard gingen met enig inwendig gekerm, eindelijk op hun beider semi-elektrische stalen rosje zaten, gingen les deux amants de tamelijke grote winkel 'ns per velo verkennen. Hij voorop, zij voorzichtig, als een onderdanig vrouwtje, achter hem aan trappelend.

Een belangrijk detail voor het vervolg: in de winkel staat ook ergens een reusachtige spiegel opgesteld, laat ons zeggen, ergens te midden van hun 'tourtje', maar je kan er normaalgesproken mooi langsrijden. Allicht kan u nu al voorspellen wat er gebeurde...

Plots hoorden we een hels kabaal. Persoonlijk was ik al van in den beginne een enthousiaste toeschouwster, maar al gauw sloten enige ramptoeristen zich bij me aan.
Bleek dat het ventje met zijn fietsie recht op zijn spiegelbeeld was ingereden en daarbij ook nog een deel van het decor; een rek vol fietsbellen en banden omver had gestoten. Was het onvoorzichtigheid of narcisme?

Gelukkig haalde onze held tijdens dit ongevalletje de volle snelheid van zo'n 3km/u- hetgeen bij het publiek, uiteraard, een nóg komischer effect sorteerde- cfr. oude Chaplin films- en dus kroop hij niet veel later, luid vloekend over 'diene stoeme spiegel', edoch netjes ongedeerd weer overeind.

Moraal van het verhaal: hoogmoed komt ten val! Stuiptrekkend van het lachen strompel ik de winkel uit. Voorlopig blijf ik daar even weg, me dunkt.

maandag 15 juni 2009

zonder woorden

Zonder woorden

Ik weet nog hoezeer jij hield van liederen
zonder woorden;
je zong ze in rusten voor je uit
de akoestiek kon je niet deren

Nu je er niet meer bent,
probeer ik ze in m’n hoofd
opnieuw te laten klinken:
verzin ik het refrein en de strofe,
de toonaard en de klankkleur
van jouw mond

Weet je,
ik wou dat ik kon teruggaan in de ruimte
die je toen omsloot
Om de echo’s
Van je gezwegen stiltes te vangen
Om ze te bewaren in een doosje
voor later als ik doof ben
of voor morgen,
bij het afknakken van het laatste blad

cerf-volant