Soms heeft ze de behoefte om heel hard weg te rennen. Echo's van duizendeneen gedachten spoken haar door het hoofd en lijken wanhopig naar een uitweg te zoeken. Daarvan krijgt ze het dus benauwd.Op zo'n momenten wil ze de wind in haar oren voelen suizen, wil ze haar longen vol ademen en de luchtdeeltjes als stroom door haar lichaam laten geleiden. Wil ze haar benen voor zich uit laten draven en haar galop door het zachte zand laten opvangen. Wil ze de horizon raken met haar hand en de hemel met haar ogen en dus loopt ze naar een punt in de verte. Zo eentje dat ze wellicht nooit zal bereiken, maar zich toch priemend en aanlokkelijk in het haar omliggende landschap aftekent.
Als in een tunnel waar geen eind aan komt, draaft ze een onbepaalde tijd voor zich uit. Enkel het ritme van haar korte ademstootjes doorbreken de stilte, waarin ze zich vol genoegte laat opzuigen. En dan komt het punt van verzadiging. Beetje bij beetje laat ze het tot zich komen. Ze weet wat haar te wachten staat en laat zich gedwee door dit extatische gevoel omhullen. Haar pas vertraagt, langzaam geven haar ledematen hun laatste restjes kracht af en zoals een tulp haar kopje bij nacht buigt en de bloemblaadjes zich om haar broze kelkje sluiten, laat ze zich vermoeid maar voldaan in het zand ineenzakken. Daar ligt ze dan in halve trance. Haar geest laat zich als een opaline smog verdampen en haar oorlelletjes voelen na afloop ijskoud aan. Ze wordt een tinteling gewaar, sluit de ogen, voelt haar hart bonzen in haar keel en dan, dan gaat ze op in het kristal. In slow motion vertrekken haar dunne lippen zich tot een gelukzalige glimlach; straks wordt alles weer helder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten