zondag 15 maart 2009
ik loop nog even
Soms heeft ze de behoefte om heel hard weg te rennen. Echo's van duizendeneen gedachten spoken haar door het hoofd en lijken wanhopig naar een uitweg te zoeken. Daarvan krijgt ze het dus benauwd.zaterdag 14 maart 2009
Ramsey : Dichter des Vaderlands
ik wou dat ik twee burgers was
(dan kon ik samenleven)
en dit is mijn gedicht, komt u binnen
let niet op de galm, wees niet bang
laat ons beginnen in leegte
welkom in mijn krater van licht
ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog
koel leefden wij op in de glans van een roemer
onze schaduwen als helder kristal
onze roem even terloops als de lichtval
op de brief van een windstille vrouw
goudbestoft waren wij
bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij
wij loken de ogen voor de ander
en wij hielden van boetedoen
vroeg iemand hoe het met ons ging
dan zeiden we naar waarheid
we schamen ons kapot, meneer
wij waren er heilig van overtuigd
dat wij ooit onze bloedeigen heer
zelf met gesels ineengeslagen
en op eigen houtje gekruisigd hadden
de apocalyps stond bij voorbaat
als straf op ons netvlies gebrand
en wat is er gebeurd in die paar eeuwen
dat wij even de andere kant opkeken?
ik wilde u graag een vaderland tonen
vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen
een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon
moest ik toezien hoe hier het ene volk
het andere spontaan begon te vagen
als twee onverenigbare republieken
hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp
van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?
hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?
ze zeggen: omdat god verdween - onze vader
had besloten nog wat onzichtbaarder te worden
dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet
weg was god
en in dit stilleven met grote afwezige
stonden nu de verbijsterde nederlandenhun monden nog vol van vergankelijkheid
vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen
al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken
al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis
dat men ooit voor oneindigheid hield
werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard
je hoorde de rijp op hun zielen kraken
en uit dat gat – daar werden wij geboren
kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity
als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn
bungeejumpend, met oranje opblaashamers
gillend en krijsend en antidepressief
of zwijgend voor een breezer gegangbangd
welkom in nederland vakantieland
ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over
wanneer je de schuld uit ons lijf ramt
we vullen de holte met glimmende leegte
tussen psalmenzangers en pillenslikkers
tussen het goud en het blingbling
vond ik een land dat werd opgeheven
dit land is de wraak van de voorvaderen
als een beeldenstorm razen zij in ons voort
maar het bestaat – zoals ook het verband
tussen kinderstring en boerka bestaat
tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol
schuiven wij onze eeuwen ineen
elkaar opheffen is onze kracht
wij streven van nature naar leegte
zoals een cycloop naar diepte snakt
ziet u, een vaderland wilde ik u tonen
niet deze woestijn van oneindige vrijheid
maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn
als iemand ooit als een tweedehands godheid
rijm voor rijm een land zou bouwen
voor dit volk dat zijn volk mist
hier, in de open kuil van onze ziel
juist hier zou iets groots kunnen worden verricht
laat ons beginnen met een gedicht
(door: Ramsey Nasr)
vrijdag 13 maart 2009
NOENE
een mooi woord uit de West-Vlaamse Wikipedia:
De noene ès den tyd tusschen de nuchtend en den oavend. Ols me zèn téën de noene, tons verwyzn me nor dienen tyd, die volgt ip de moorn. Anders gezeid, de middag.
Dikwyls klappn me van den achternoene omme bedoeln: 'veure den oavend'. Omme viendn dat de nuchtend tot den twoalvn deurt, tons begint de noene te 12u. Der zit darôver vil varioasje tusschen de landn; nie iederêen beschouwt de noene ols de zelstn tyd van 'n dag. Wor datn noene èndigt dat ès afhankelik van 'n tyd van 't joar: 's wènters komt den oavend vroeger ols in de zômer.
In de noene moe 't licht van de zunne dur 'n klêender stiksje atmosfeer drengn ols in de nuchtend en den oavend; dus ton ès't warmer.
petite tricheuse!
tafeloppervlak een soort van eigen, brede gleuf, waarin je schriftjes en andere rommel kon opbergen. Aangezien je stoeltje dus aan het tafeltje vastzat, was iets zoeken in je bank geen ongevaarlijke onderneming; het gebeurde wel'ns dat jij en je buur langs dezelfde kant het bankje indoken, met een hoofdbotsing tot gevolg, en nonchalant op de achterpoten van je stoeltje leunen, zat er ook niet in. Wie dus onopgemerkt in z'n bank wou spieken, moest ofwel iets laten vallen, bijvoorbeeld zijn vulpen, en bij het overeind krabbelen even op 'gleufhoogte' gluren. Een andere tactiek was je langzaam ineen laten zakken, tot je bijna helemaal achter je bankje verzonken lag. Tijdens mijn spiekpoging paste ik de tweede tactiek toe, maar helaas het mocht niet baten. Mijn subtiele 'ik smelt even weg achter m'n bank-act' was de juffrouw, die doorgaans in de klas rondliep, klaarblijkelijk in het vizier gesprongen en plots voelde ik een massa- het was geen magere juf- naderen. Ik schrok op en met haar rood gelakte nagels tikte ze hard op m'n bank. 'Wat doe je daar? geef maar hier!' fluisterde ze op een dreigende toon.Ze hadden het maar moeten weten, dat ik toen al geen hoogvlieger was in wiskunde. Voordurend viel ik op de bewuste dag van mijn 'strafuitzetting' de lieve, hoewel naar het einde toe lichtelijk geïrriteerde dame van het secretariaat lastig met de als maar terugkerende vraag: 'madame, je ne comprends pas... Vous voulez m'expliquer?' Lang heb ik er nooit gezeten, want na enkele luttele uren lieten ze me vogelvrij en bracht ik haast de hele dag door op de speelplaats, die zo goed als voor mij alleen was. Ik schommelde naar harte lust op het blauwe schommeltje, dat anders altijd zo volzet was, dartelde vrij en vrolijk als een vogeltje in het rond, verzon liedjes met bijhorende danspasjes en werd vereerd als een kleine prinses, toen ook de 'groten' speeltijd hadden en plots íedereen mijn vriendje wilde worden. Toen mijn klasgenootjes na schooltijd terugkwamen en de gedachte weer door m'n hoofd spookte, dat voortaan niemand nog naar me zou omkijken, bleek het tegendeel waar; de hele klas was enorm solidair. Ik werd van alle kanten bevraagd, beaamde dat ik toch wel héél erg had afgezien die dag en iedereen had verschrikkelijk veel medelijden met me. Van Bruno, een ros jongetje dat verliefd op me was, kreeg ik zelfs een sleutelhanger van het sportcentrum cadeau.*
Ik staar naar het plafond
boven m'n bed
T'is wit met barstjes;
een kronkelend, van klein naar groot
en omgekeerd
al dan niet vertakt,
eens dun, dan weer dik lijnenspel
Ik beeld me een universum in
van aan elkaar gelijmde levenslijnen
van mensen, dieren,
van al hetgeen dat komt en gaat
En niemand die weet hoe ze er
over twintig jaar zullen uitzien
Tevreden schok ik met m'n schouders;
voortaan verzamel ik ook wat!
Als een schikgodin
tem ik jouw lot in mijn slaap
dinsdag 10 maart 2009
poeziwoesie

de kamer waar jij me ’s nachts liefhad.
Bijtend op je onderlip verwijt je de tijd,
van ongenadeloos voorbij tikken
en zet het daarbij op een draf.
8.58:
Gezwind en gestaag doorkruisen we
het dambord van natte en droge stoepen;
wij zijn de pionnen, de stad is het spel.
en jij
nee. Geen hindernis zal je belagen.
Nog 1, 2, 3 minuten: wie niet weg is, is gezien.
We doorklieven de stadslucht.
Uit de roosters van de metro stijgt een walm;
de penetrante geur van nachtdronken zwervers.
Ja. Deze stad lééft
overal.
9.03:
We naderen ons doel.
Vanuit m’n ooghoek durf ik je voor’t eerst weer aankijken.
Je kijkt niet op,
4 more minuts to go.
Als een woelige golfslag storten we bijna uitgeput
neer op het marmer van de inkomhal
Vertrek: Perron 21,
Op je laatste restjes beenkracht,
als een spurter die straks de eindmeet zal bereiken
strompel je tegen de tijd in
37 trappen op
en ik,
enkele meters achter je aan.
9.07u:
Gegroet beste menschen!
De vogel bouwt zijn nestje, mijn buurman houdt 'grote kuis', de hond wordt een beetje loops, mijn rechterbuurvrouw ook, ons tuintje verandert stillaan van modderbad naar een wilde savanne en kijk'ns aan, drà komen de eerste krokusjes uit... 'ah! l'hiverno è passato!'
Wel nu! is er dan geen beter moment, om bij deze prille seizoensverandering met iets volledig NIEUWS te beginnen?!
Oh jà! voortaan ben ik héujlemaal mee met de 'BLOG-Hype'. (en dit terwijl ik stellig TEGEN zgn. 'hypes' ben) -Nu ja, je bent een meeloper of niet, maar aangezien ik à-sportief ben, val ik sowieso tóch weer 'buiten categorie'.
Wat er ook van zij, deze ochtend stond ik op en dacht: Camille! Nu ga je 'ns ophouden met dat urenlang plafondstaren, mijmeren en piekeren over de dingen des levens. Voortaan neem ik spreekwoordelijk 'de pen (computer) bij de hand' en schrijf ik naar hartelust mijn hersenacrobatieën neer, zodat u, beste lezer, tenminste mee kan lachen, een traan verpinken of een bedenkelijke smoel kan trekken. (gezichts-expressie is een bijzonder efficiënte vorm van calorieverbruik)
Afin, samengevat: vanaf nu zal ik ten gepaste tijden hier 'mijn gedacht' plaatsen onder de vorm van korte teksfragmentjes, brieven, gedichten, foto's, enz...
tot eener gepaste tyde!
