dinsdag 19 oktober 2010

je kent me niet


Je kent me niet.

Nu ben ik nog een onbesuisde passant

in de naamloze straten van je gedachten,

een jachtgodin in schapenvacht

die de bodem voetje voor voetje aftast

haar prooi zoekend in de mist .

Je kent me niet.

Ik raakte verzeild in het web van je blinde hersenspinsels

die ik eerst nog moet zien te ontwarren,

als een nieuwe taal moet leren lezen en beheersen tot ik ze van binnen

en van buiten ken.

Toe, laat me treden uit de beslotenheid van je schaduw.

Laat me je ontkleden, laagje voor laagje, uit die cocon

waarin ik je tenslotte lang genoeg voor me verborgen hield.

Ach, ik weet het,

straks

wanneer ik onverholen mijn blik laat rusten op de deining van je golvende manen

en jij je, gecharmeerd door mijn tactisch offensief, toch naast me komt nestelen,

denkt je vast: 'verdorie. dat plan was zo uitgekiend.'

- en o ja. dat wàs het ook -

alleen,

toen

kende je me nog

niet.