donderdag 8 oktober 2009

Kölner Dom

Ooit schitterde deze Dame in de zon,
stonden de torens,
die boven het dwarsschip van haar ranke lenden uitstegen
in één rechtstreekse verbinding
met de hemelpoorten,
straalden de bleke geledingen van haar façade,
pronkerige rijkdom uit,
verzinnebeeldingen van
hoe het hier op aard
wel en niet moest.
Zij was een huis,
een toevluchtsoord,
voor een eenzame pelgrim
die eerst nog verdwaald
de Weg had gevonden.
Vandaag bezocht ik een afgeleefde vrouw,
een als door wereldlijke reizigers platgelopen aandeelbeurs,
een eenzaam, droevig
relikwie

zaterdag 15 augustus 2009

leedvermaak

Het is zomersstil in Wijnegem en ik zweet me rot achter mijn bureautje. Tweede zit. Inmiddels een traditie. Buiten dartelen en joelen de buurkindertjes vrolijk in hun zwembad. Ik vervloek ze, zucht diep en verzink weer in gedachten over de 'ondragelijke zwaarte van het bestaan' en hoe daaraan te ontsnappen. Gisteren had ik anders wel een behoorlijk vrolijk lichtpuntje. In een bui van weldadige naastenliefde - maar ook omdat ik me stilaan schuldig begon te voelen over het feit dat ik al een week lang parasiteerde op haar kookkunsten - bood ik mijn alleenstaande, menopauserende buurvrouw op een mooie middag een kleine dienstverlening aan: ik zou haar krotfiets- volgens mij deed enkel haar bel het nog- ter 'nazicht' naar de fietsenmaker brengen. Voor u beste lezer, schets ik hieronder even wat voor mij, geheel onverwacht, het 'evenement van de dag' werd.

Een koppel 'oude-vandagen', ik schat rond de 75 lentes. Zij: compact verpakt in een roos, sportief outfitje. De witte streep op haar borst kleurt assorti met haar gympen en poedelkapsel. Hij: het soort ventje dat met een klakske, een paar gouden kettingen en een veel te kort shortje, waaruit twee afzichtelijke dunne beentjes omgeven door een kwak flubbervel ontsproten, nog steeds gelooft dat zijn 'looks' de hormonale werking van het andere geslacht spontaan doet stimuleren. Om maar te zwijgen over zijn sexy torso, die zich onsubtiel verraden liet door een oerwoud dat genereus vanonder zijn hemdje uitgroeide... nu ja, you can face het soort.

De twee bejaarde poseurs hebben blijkbaar elk een elektrische fiets besteld. Na een tamelijke hevige 'onderdeel-controle' door manlief, waarbij elke vijsje nog'ns, vanuit de losse pols- zoals het een echte macho betaamt- wordt bijgedraaid, komt de afrekening.

Patat!1500 euro. Cash, zonder enige schroom op de toog. De fietsenmaker neemt het slijk der aarde maar al te gretig aan en stelt dan op een veelste vriendelijke toon voor of ze misschien beide een proefritje in de winkel willen maken. Hij wou nog even nakijken of de zadels wel op de juiste hoogte afgesteld stonden.

Met de dapperste hells-angel intenties kroop het mannetje op zijn bicyclette-a-moteur. Alleen verliep dat niet even vlot.

Het was eigenlijk zelfs een beetje pijnlijk om dat allemaal onder ogen te moeten zien. In een eerste krampachtige beweging hees hij zich omhoog met behulp van zijn flubber-beentjes, vervolgens miste zijn zitvlak het zadel, waarna hij naar voor schoof en... afin, ik geloof dat índien hij nog potent mócht geweest zijn, hij het na gisteren zeker niet meer was.

Toen ze na hun houterige acrobatieën, die vast ook gepaard gingen met enig inwendig gekerm, eindelijk op hun beider semi-elektrische stalen rosje zaten, gingen les deux amants de tamelijke grote winkel 'ns per velo verkennen. Hij voorop, zij voorzichtig, als een onderdanig vrouwtje, achter hem aan trappelend.

Een belangrijk detail voor het vervolg: in de winkel staat ook ergens een reusachtige spiegel opgesteld, laat ons zeggen, ergens te midden van hun 'tourtje', maar je kan er normaalgesproken mooi langsrijden. Allicht kan u nu al voorspellen wat er gebeurde...

Plots hoorden we een hels kabaal. Persoonlijk was ik al van in den beginne een enthousiaste toeschouwster, maar al gauw sloten enige ramptoeristen zich bij me aan.
Bleek dat het ventje met zijn fietsie recht op zijn spiegelbeeld was ingereden en daarbij ook nog een deel van het decor; een rek vol fietsbellen en banden omver had gestoten. Was het onvoorzichtigheid of narcisme?

Gelukkig haalde onze held tijdens dit ongevalletje de volle snelheid van zo'n 3km/u- hetgeen bij het publiek, uiteraard, een nóg komischer effect sorteerde- cfr. oude Chaplin films- en dus kroop hij niet veel later, luid vloekend over 'diene stoeme spiegel', edoch netjes ongedeerd weer overeind.

Moraal van het verhaal: hoogmoed komt ten val! Stuiptrekkend van het lachen strompel ik de winkel uit. Voorlopig blijf ik daar even weg, me dunkt.

maandag 15 juni 2009

zonder woorden

Zonder woorden

Ik weet nog hoezeer jij hield van liederen
zonder woorden;
je zong ze in rusten voor je uit
de akoestiek kon je niet deren

Nu je er niet meer bent,
probeer ik ze in m’n hoofd
opnieuw te laten klinken:
verzin ik het refrein en de strofe,
de toonaard en de klankkleur
van jouw mond

Weet je,
ik wou dat ik kon teruggaan in de ruimte
die je toen omsloot
Om de echo’s
Van je gezwegen stiltes te vangen
Om ze te bewaren in een doosje
voor later als ik doof ben
of voor morgen,
bij het afknakken van het laatste blad

cerf-volant






zaterdag 13 juni 2009

windzoen

mag ik even je vingertoppen raken
over je blanke hals strelen
de geur snuiven van je wispelturige
krulletjes
die vrolijk meewapperen
met de wind
die achter je oor blaast
en zachtjes fluistert
dat hij jou
gewoon
even
zoenen
wilt

woensdag 13 mei 2009

bus-impressie I

Buslijn 41

Een dikke man stapt op. Hij ruikt naar zweet, bier en sigaretten.
Zijn haar plakt als een calimero-eierdopje om zijn kruin.
Wat later propt een wat pronkerig dametje, met om haar hals en handen veel blingbling en een blond kapsel à la Marilynn Monroe zich naast deze - uhum... -Heer.
Ze had er vast niet lang over nagedacht.
'HALT! U BEGAAT HIERMEE EEN VEEEEURGISSING!' wou ik haar nog toeroepen,
maar in een bus zijn er conventies, vooral van 'stilzwijgende aard' en ik pas me aan.
Buiten is het warm, maar hierbinnen, in deze krakkelmikkige bus met vuile, plakkerige, stoffen zeteltjes en geen raampje om te openen, mist het z'n broeikaseffect niet.
Overal dampen raampjes aan. Een gevolg van onze gecondenceerde, uitgeademde lucht die onomstotelijk opbots tegen de lauwwarme, vuile ruiten. Een inwendige walging steekt even de kop op bij de idee, dat ook mijn koolstof zich straks zal vermengen met die van mijn medereizigers. Ik begrijp plots waarom al die Lijn-chauffeurs er de voorkeur aan geven om zich volledig associaal, edoch veilig van deze broeihaard aan bacteriën af te schermen in hun bestuurderscabinnetjes. Je zou voor meer een chronische vorm van smetvrees oplopen.
De vrouw met het opposante kapsel zucht geïrriteerd en durft klaarblijkelijk niet opzij te blikken. Het is inmiddels al de vierde keer dat ze naar de buitenzijde van het bankje tracht op te schuiven. Tevergeefs zo blijkt, want haar buurman kan zijn vetrollen niet beteugelen en dus moet ze maar even leven met deze onaangename confrontatie in haar 'intimate bubble'.
Ik bemerk intussen dat ze een flinke blos op de wangen heeft gekregen. Opwinding? Nee vast niet. Onze blikken kruisen zich ergens in het midden van het gangetje tussen de rijen zeteltjes.
Ik lach vriendelijk, waarachter een verdoken boodschap van diep menselijk medelijden schuilt: 'ach mevrouw, ik zou het ook niet uithouden naast zo'n vent. Misericordia!'
Een beetje later stapt de man in kwestie af.
De vrouw kijkt zichtbaar opgelucht en ik ben dolgelukkig in haar plaats.
Maar dan...
dan haalt ze plots, na enig gerommel in haar chique, hoogstwaarschijnlijk nagemaakte Vuitton-handtas een ordinair blik Cara-pils naar boven.
Met een luide Pssssht opent ze het ding, zet het brut aan haar roodgestifte lippen en slokt het goedje met volle teugen tevreden naar binnen.
Verbijsterd slaag ik het tafereel gade.
Nog één halte te gaan. Geef me zuurstof.

woensdag 22 april 2009

Dag man

Dag man

Dag lieve oude man

Dag lieve oude man met de blauwe overal

Dag lieve oude man met de blauwe overal, snippend aan een dikke sigaar

Dag lieve oude man met de blauwe overal, de dikke sigaar en de guitige blik




Zo zit hij daar

aan zijn deurpost,

leunend op een houten stoeltje.

Zo zit hij daar

zomer en winter

groet de voorbijgangers 's ochtens

en 's avonds nog een keer.




Ik heb me al dikwijls afgevraagd:

waaraan zou hij zoal denken,

wat zet hem dan zo aan,

om dag na dag, jaar na jaar

zijn blik als die van een albatros

over het pleintje te laten glijden?



Het was een koude winter,

de straat lag er verlaten bij

maar geduld is een mooie deugd:

lang leven de lente

en de blote benen.

vrijdag 17 april 2009

SRING-TIME


We tuurden beide naar de lonkende afgrond.
"Zou je durven?" vroeg ik uitdagend.
"Misschien" antwoordde je, "als jij me vasthoudt".
"ja maar! dan gaan we allebei de dieperik in!", redeneerde ik logisch.
[stilte]
"Zou je dan nog kunnen leven? Ik bedoel, zo zonder mij?", vroeg je.
Ik deed m'n ogen dicht, probeerde me zo'n leven voor te stellen en
schudde vervolgens het hoofd.
Nee.

zondag 15 maart 2009

wenen en lachen tegelijk

malinconia... chè canzone...

http://www.youtube.com/watch?v=oCy6yGLhhBI&feature=related

ik loop nog even

Soms heeft ze de behoefte om heel hard weg te rennen. Echo's van duizendeneen gedachten spoken haar door het hoofd en lijken wanhopig naar een uitweg te zoeken. Daarvan krijgt ze het dus benauwd.
Op zo'n momenten wil ze de wind in haar oren voelen suizen, wil ze haar longen vol ademen en de luchtdeeltjes als stroom door haar lichaam laten geleiden. Wil ze haar benen voor zich uit laten draven en haar galop door het zachte zand laten opvangen. Wil ze de horizon raken met haar hand en de hemel met haar ogen en dus loopt ze naar een punt in de verte. Zo eentje dat ze wellicht nooit zal bereiken, maar zich toch priemend en aanlokkelijk in het haar omliggende landschap aftekent.
Als in een tunnel waar geen eind aan komt, draaft ze een onbepaalde tijd voor zich uit. Enkel het ritme van haar korte ademstootjes doorbreken de stilte, waarin ze zich vol genoegte laat opzuigen. En dan komt het punt van verzadiging. Beetje bij beetje laat ze het tot zich komen. Ze weet wat haar te wachten staat en laat zich gedwee door dit extatische gevoel omhullen. Haar pas vertraagt, langzaam geven haar ledematen hun laatste restjes kracht af en zoals een tulp haar kopje bij nacht buigt en de bloemblaadjes zich om haar broze kelkje sluiten, laat ze zich vermoeid maar voldaan in het zand ineenzakken. Daar ligt ze dan in halve trance. Haar geest laat zich als een opaline smog verdampen en haar oorlelletjes voelen na afloop ijskoud aan. Ze wordt een tinteling gewaar, sluit de ogen, voelt haar hart bonzen in haar keel en dan, dan gaat ze op in het kristal. In slow motion vertrekken haar dunne lippen zich tot een gelukzalige glimlach; straks wordt alles weer helder.


zaterdag 14 maart 2009

Ramsey : Dichter des Vaderlands

omdat ik geloof dat literatuur nog steeds een maatschappelijk engagement kan uitstralen...



ik wou dat ik twee burgers was
(dan kon ik samenleven)


en dit is mijn gedicht, komt u binnen
let niet op de galm, wees niet bang
laat ons beginnen in leegte
welkom in mijn krater van licht

ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog
koel leefden wij op in de glans van een roemer
onze schaduwen als helder kristal
onze roem even terloops als de lichtval
op de brief van een windstille vrouw

goudbestoft waren wij
bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij
wij loken de ogen voor de ander

en wij hielden van boetedoen
vroeg iemand hoe het met ons ging
dan zeiden we naar waarheid
we schamen ons kapot, meneer
wij waren er heilig van overtuigd
dat wij ooit onze bloedeigen heer
zelf met gesels ineengeslagen
en op eigen houtje gekruisigd hadden
de apocalyps stond bij voorbaat
als straf op ons netvlies gebrand

en wat is er gebeurd in die paar eeuwen
dat wij even de andere kant opkeken?

ik wilde u graag een vaderland tonen
vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen
een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon
moest ik toezien hoe hier het ene volk
het andere spontaan begon te vagen
als twee onverenigbare republieken

hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp
van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?
hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?

ze zeggen: omdat god verdween - onze vader
had besloten nog wat onzichtbaarder te worden
dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet
weg was god

en in dit stilleven met grote afwezige
stonden nu de verbijsterde nederlandenhun monden nog vol van vergankelijkheid
vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen

al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken
al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis
dat men ooit voor oneindigheid hield
werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard
je hoorde de rijp op hun zielen kraken

en uit dat gat – daar werden wij geboren
kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity
als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn
bungeejumpend, met oranje opblaashamers
gillend en krijsend en antidepressief
of zwijgend voor een breezer gegangbangd
welkom in nederland vakantieland

ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over
wanneer je de schuld uit ons lijf ramt
we vullen de holte met glimmende leegte

tussen psalmenzangers en pillenslikkers
tussen het goud en het blingbling
vond ik een land dat werd opgeheven

dit land is de wraak van de voorvaderen
als een beeldenstorm razen zij in ons voort
maar het bestaat – zoals ook het verband
tussen kinderstring en boerka bestaat
tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol
schuiven wij onze eeuwen ineen

elkaar opheffen is onze kracht
wij streven van nature naar leegte
zoals een cycloop naar diepte snakt

ziet u, een vaderland wilde ik u tonen
niet deze woestijn van oneindige vrijheid
maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn
als iemand ooit als een tweedehands godheid
rijm voor rijm een land zou bouwen
voor dit volk dat zijn volk mist

hier, in de open kuil van onze ziel
juist hier zou iets groots kunnen worden verricht
laat ons beginnen met een gedicht



(door: Ramsey Nasr)

vrijdag 13 maart 2009

NOENE

een mooi woord uit de West-Vlaamse Wikipedia:

De noene ès den tyd tusschen de nuchtend en den oavend. Ols me zèn téën de noene, tons verwyzn me nor dienen tyd, die volgt ip de moorn. Anders gezeid, de middag.

Dikwyls klappn me van den achternoene omme bedoeln: 'veure den oavend'. Omme viendn dat de nuchtend tot den twoalvn deurt, tons begint de noene te 12u. Der zit darôver vil varioasje tusschen de landn; nie iederêen beschouwt de noene ols de zelstn tyd van 'n dag. Wor datn noene èndigt dat ès afhankelik van 'n tyd van 't joar: 's wènters komt den oavend vroeger ols in de zômer.

In de noene moe 't licht van de zunne dur 'n klêender stiksje atmosfeer drengn ols in de nuchtend en den oavend; dus ton ès't warmer.

http://vls.wikipedia.org/wiki

petite tricheuse!

Er zijn zaken uit je jeugd die je eeuwig bijblijven. Moeiteloos kan ik me nog voor de geest halen hoe ik in het eerste kleuterklasje samen met mijn kompaan Jonas de 'tuttefrutten' van de grond wist af te krabben. Met onze vingertjes prutsten we de vers geworpen 'vruchtjes' los en kwakten ze vervolgens, zonder omhaal met veel goesting in onze mond. Onze voorkeur ging uit naar van die dikke roze bubbelgum. Je kon er van die geweldige bellen mee blazen; iets waarin we ons mettertijd aardig van de rest wisten te onderscheiden.
Een ander, minder onschuldig feit, dateert van die éne keer dat ik spiekte en meteen ook voor't eerst betrapt werd. Het gebeurde op hetzelfde franstalig college, als waar ik ooit herkauwend met hamsterwangen over de speelplaats had lopen slenteren, maar dan wel in de tweede klas, tijdens een frans dictee. De titel van het dictee was: 'l'oiseau fait son nid'. De overige 10 zinnetjes had ik keurig op een roze post-it-je met mijn vulpen neergeschreven en vooraan in mijn bank geschoven. Het waren van die schoolbankstelletjes, waar je per twee aan zat en elkeen had onder het tafeloppervlak een soort van eigen, brede gleuf, waarin je schriftjes en andere rommel kon opbergen. Aangezien je stoeltje dus aan het tafeltje vastzat, was iets zoeken in je bank geen ongevaarlijke onderneming; het gebeurde wel'ns dat jij en je buur langs dezelfde kant het bankje indoken, met een hoofdbotsing tot gevolg, en nonchalant op de achterpoten van je stoeltje leunen, zat er ook niet in. Wie dus onopgemerkt in z'n bank wou spieken, moest ofwel iets laten vallen, bijvoorbeeld zijn vulpen, en bij het overeind krabbelen even op 'gleufhoogte' gluren. Een andere tactiek was je langzaam ineen laten zakken, tot je bijna helemaal achter je bankje verzonken lag. Tijdens mijn spiekpoging paste ik de tweede tactiek toe, maar helaas het mocht niet baten. Mijn subtiele 'ik smelt even weg achter m'n bank-act' was de juffrouw, die doorgaans in de klas rondliep, klaarblijkelijk in het vizier gesprongen en plots voelde ik een massa- het was geen magere juf- naderen. Ik schrok op en met haar rood gelakte nagels tikte ze hard op m'n bank. 'Wat doe je daar? geef maar hier!' fluisterde ze op een dreigende toon.
Achteraf bekeken, geloof ik dat ze maar een flauw vermoede had van hetgeen ik uitspookte en had ik perfect nog kunnen beweren dat ik een zakdoekje zocht, of iets van dien aard. Maar in de plaats daarvan, gaf ik me over. Doodeerlijk, naïef, verweesd, betrapt en reeds overladen met een ontzettend schuldgevoel haalde ik zonder nadenken, als iemand die kost wat kost zijn leven wil sparen, het verkreukte roze blaadje naar boven. Triomfantelijk, alsof ze zo-even een grote misdaadigster 'en plein delict' had gevat, plakte ze met plakband het briefje in m'n schrift en stuurde me naar de directrice. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, mocht Nathalie Lemonnier, de numero uno van de klas, me mee naar de galg - want zo voelde het wel- begeleiden. Opweg voelde ik me door de vloer zakken van schaamte. De gangen tolden door m'n hoofd: 'wat zou er nù met mij gebeuren? Ik was een bandiet, een stuk crapuul een onderkruipsel. Oh o! wat had ik toch gedaan... Die nacht kreeg ik de éne nachtmerrie na de andere te verwerken. Ik droomde dat klasgenootjes me bespottelijk maakten en etiketten op m'n voorhoofd plakten waarop te lezen stond' la tricheuse', of vertaald de 'spiekster'. Het verdict kreeg ik de dag erna te horen: ik mocht niet mee op sportdag, moest alleen op school achterblijven en kreeg een dikke bundel 'exercices de grammaire et de calcul' toegeschoven.

Ze hadden het maar moeten weten, dat ik toen al geen hoogvlieger was in wiskunde. Voordurend viel ik op de bewuste dag van mijn 'strafuitzetting' de lieve, hoewel naar het einde toe lichtelijk geïrriteerde dame van het secretariaat lastig met de als maar terugkerende vraag: 'madame, je ne comprends pas... Vous voulez m'expliquer?' Lang heb ik er nooit gezeten, want na enkele luttele uren lieten ze me vogelvrij en bracht ik haast de hele dag door op de speelplaats, die zo goed als voor mij alleen was. Ik schommelde naar harte lust op het blauwe schommeltje, dat anders altijd zo volzet was, dartelde vrij en vrolijk als een vogeltje in het rond, verzon liedjes met bijhorende danspasjes en werd vereerd als een kleine prinses, toen ook de 'groten' speeltijd hadden en plots íedereen mijn vriendje wilde worden. Toen mijn klasgenootjes na schooltijd terugkwamen en de gedachte weer door m'n hoofd spookte, dat voortaan niemand nog naar me zou omkijken, bleek het tegendeel waar; de hele klas was enorm solidair. Ik werd van alle kanten bevraagd, beaamde dat ik toch wel héél erg had afgezien die dag en iedereen had verschrikkelijk veel medelijden met me. Van Bruno, een ros jongetje dat verliefd op me was, kreeg ik zelfs een sleutelhanger van het sportcentrum cadeau.*

's Avonds kwam ik thuis en belde mama nog'ns met de directie. 'Jazeker, ze had haar lesje wel geleerd. Nooit, maar dan écht nooit zou ze het er nog op wagen', verzekerde mams haar door de horen en knipoogde naar het onschuldig schaapje dat tegenover haar zat. Met ondeugende pretoogjes lachte het benenwiebelende meisje haar witte melktandjes bloot.

(n.b. om de personen in kwestie niet in velegenheid te brengen, heb ik de namen veranderd)
*ik heb het nog steeds, alleen is het plastik al wat vergeeld)
VOORJAARSMOEHEID


Plafond

Ik staar naar het plafond
boven m'n bed
T'is wit met barstjes;
een kronkelend, van klein naar groot
en omgekeerd
al dan niet vertakt,
eens dun, dan weer dik lijnenspel

Ik beeld me een universum in
van aan elkaar gelijmde levenslijnen
van mensen, dieren,
van al hetgeen dat komt en gaat
En niemand die weet hoe ze er
over twintig jaar zullen uitzien

Tevreden schok ik met m'n schouders;
voortaan verzamel ik ook wat!
Als een schikgodin
tem ik jouw lot in mijn slaap

dinsdag 10 maart 2009

poeziwoesie


9.07 u.


8.55 :
in een roes, verlaten we de kamer,
de kamer waar jij me ’s nachts liefhad.
Bijtend op je onderlip verwijt je de tijd,
van ongenadeloos voorbij tikken
en zet het daarbij op een draf.

8.58:
Gezwind en gestaag doorkruisen we
het dambord van natte en droge stoepen;
wij zijn de pionnen, de stad is het spel.
Ik huppel over tramsporen en paardenkoppen
en jij
slaat rebels geen acht op rode, groene of oranje
tekens van hier- is -geen- terugkeren- naar
nee. Geen hindernis zal je belagen.

Nog 1, 2, 3 minuten: wie niet weg is, is gezien.
We doorklieven de stadslucht.
Uit de roosters van de metro stijgt een walm;
de penetrante geur van nachtdronken zwervers.
Ja. Deze stad lééft
overal.

9.03:
We naderen ons doel.
Vanuit m’n ooghoek durf ik je voor’t eerst weer aankijken.
Je kijkt niet op,
denkt na,
4 more minuts to go.

Als een woelige golfslag storten we bijna uitgeput
neer op het marmer van de inkomhal
Vertrek: Perron 21,
Op je laatste restjes beenkracht,
als een spurter die straks de eindmeet zal bereiken
strompel je tegen de tijd in
37 trappen op
en ik,
enkele meters achter je aan.

9.07u:
in de verte zie ik
het rijtuig waar jij zo-even opsprong,
langzaam verdwijnen.
Tijd heeft beslist geen clementie:
geen blik, noch hoofdgeknik, geen kus, noch lach
mocht ik nog langer van je houden

Gegroet beste menschen!

Hoewel de regen ons graag ziet, laten de eerste, zonnige lentestraaltjes zich nu en dan stilaan gevoelen tot in de toppen van m'n tenen.
De vogel bouwt zijn nestje, mijn buurman houdt 'grote kuis', de hond wordt een beetje loops, mijn rechterbuurvrouw ook, ons tuintje verandert stillaan van modderbad naar een wilde savanne en kijk'ns aan, drà komen de eerste krokusjes uit... 'ah! l'hiverno è passato!'
Wel nu! is er dan geen beter moment, om bij deze prille seizoensverandering met iets volledig NIEUWS te beginnen?!
Oh jà! voortaan ben ik héujlemaal mee met de 'BLOG-Hype'. (en dit terwijl ik stellig TEGEN zgn. 'hypes' ben) -Nu ja, je bent een meeloper of niet, maar aangezien ik à-sportief ben, val ik sowieso tóch weer 'buiten categorie'.

Wat er ook van zij, deze ochtend stond ik op en dacht: Camille! Nu ga je 'ns ophouden met dat urenlang plafondstaren, mijmeren en piekeren over de dingen des levens. Voortaan neem ik spreekwoordelijk 'de pen (computer) bij de hand' en schrijf ik naar hartelust mijn hersenacrobatieën neer, zodat u, beste lezer, tenminste mee kan lachen, een traan verpinken of een bedenkelijke smoel kan trekken. (gezichts-expressie is een bijzonder efficiënte vorm van calorieverbruik)

Afin, samengevat: vanaf nu zal ik ten gepaste tijden hier 'mijn gedacht' plaatsen onder de vorm van korte teksfragmentjes, brieven, gedichten, foto's, enz...

tot eener gepaste tyde!