zaterdag 26 november 2011

Oma's theekan uitkuisen
Jij deed dat zo zorgzaam
langzaam in gedachten verzonken
alsof je bij het oppoetsen van de buitenkant
waarop rode, blauwe en gele bloempjes prijkten
terug ging naar je kindertijd en de geur van toen snoof;
de frisse lavendelgeur uit de ondergoedschuif waarop een mooie poederdoos stond,
de gerijpte appels en noten in de rieten keukenmand
de boenwas en het kersenhout van de vleugel in het salon,
de bestofte Maria- beeldjes, het vers gemaaide gras en
even hoorde je zelfs de pendule zoals ze ‘thuis tikte',
het moortje met kokend water pruttelend op het fornuis
en de keukenmeid met haar eigenaardig zeeuws accent  roept met pretoogjes door de deur van de bijkeuken  ‘mevrouw vandaag zijn de Hollandse Nieuwe aangekomen en ze zijn óverheerlijk. Werkelijk ze smelten als boter in je mond’.
Een broos lachje- iets tussen weemoed en geluk,
vormt zich tussen je lippen.
Met de warme theepot in je handen geklemd,
staar je uit het aangedampte venster.
Een sliert ochtenddauw hangt nog boven de groentetuin.
Je bedenkt dat snijbonen zomergroenten zijn en
nu
is het winter.